Van Hadewijch zijn er 14 visioenen overgeleverd. Zij beschrijven de geestelijke ontwikkeling van Hadewijch: het proces van haar geestelijke groei. Het is moeilijk om een structuur aan te bieden voor haar visionaire wereld zonder haar te kort te doen. Mijn bescheiden mening is dat Hadewijch spontaan haar ervaringen heeft neergeschreven en dat ze pas later gebundeld zijn. Wie ze gebundeld heeft, zij zelf of een redacteur, is sowieso onbekend. Het blijft immers gevaarlijk om visionaire beelden te structureren. Een visioen kent immers geen analytische structuur. Ongewild en onbedoeld maken we daarmee een kader dat de concrete ervaringen van Hadewijch begrenst en inperkt. Maar meer nog: het aanbrengen van een structuur betekent dat we de complexe ervaringen van Hadewijch inkleuren vanuit onze eigen opvattingen. Daarom beperk ik mij tot een korte inhoud van de veertien visioenen.

 

1.
In het eerste visioen ziet Hadewijch een engel die haar rondleidt in een spiritueel landschap. Aan de hand van de bomen in dit landschap krijgt zij via de engel inzicht in haar eigen geestelijke ontwikkeling. De bomen stellen deugden voor. Hadewijch blijkt alle deugden te bezitten, op één na: de kennis van de mystieke liefde. Het is Christus die haar hier verder in onderricht. Hij leert haar dat de mystieke eenheid met God tot stand komt in en door de navolging van zijn leven op aarde.

 

2 en 3.
De korte teksten van deze twee visioenen horen bij elkaar. Beiden geven Hadewijch meer inzicht in de minne: wat en wie minne is. Hadewijch krijgt antwoord op haar vragen. Zij beseft nu ook dat de mystieke liefde met de vereniging in God op aarde mogelijk is voor haar.

 

4.
In het vierde visioen krijgt Hadewijch het inzicht dat zij in de mystieke eenwording gelijk(vormig) kan worden met God. Zij ziet twee aardse rijken van gelijke macht die in twee hemelen veranderen, die eveneens aan elkaar gelijk zijn. De twee aardse rijken verwijzen naar het leven van God/Christus en van Hadewijch op aarde. Die kunnen dus gelijk worden. De twee hemelse rijken verwijzen naar de gelijkvormigheid die tot stand komt tussen God en de volmaakte Hadewijch, de vergoddelijkte mens die nu als een evenwaardige partner Gods liefde kan delen. Om deze gelijkheid aan God te bereiken moet Hadewijch vier taken (werken) vervullen in haar aardse leven.

 

5.
In het vijfde visioen neemt Hadewijch het bij God op voor haar vriendinnen. Zij vraagt of God ook aan hen de mystieke eenwording wil schenken. Omdat de eenwording met Gods Liefde alles voor haar betekent.

 

6.
Het zesde visioen gaat dieper in op de betekenis van de Goddelijke Liefde. Hadewijch schouwt hier het Aanschijn van God, wat slechts voorbehouden is aan enkele mensen. Zij krijgt van God de concrete opdracht om niet zelf te oordelen, maar het oordeel aan God over te laten.

 

7 en 8.
Het zevende en achtste visioen horen eveneens bij elkaar. Het achtste is zowel tekstueel als inhoudelijk een voortzetting van het zevende.
In het zevende beleeft Hadewijch de eenwording in de minne met de mens Christus, heel lichamelijk met al haar zintuigen. Dit gebeurt wanneer zij in de Eucharistie het heilig brood en de heilige wijn ontvangt. In het achtste visioen krijgt zij in haar geest het inzicht wat deze eenwording betekent: Christus navolgen met al haar gevoel en met al haar goede werken.
Het achtste visioen sluit aan op het zevende. Nu krijgt Hadewijch inzicht over de vijf manieren. Eerst verschijnt Hadewijchs gids als een strijder (“kimpe”). De liefde tot God wordt immers door Hadewijch vaak als een strijd beschreven. De strijder benadert God echter te zeer met verstandelijke overwegingen en te weinig met de minne zelf. De volmaakte eenwording blijft buiten zijn bereik. Christus daarentegen legt Hadewijch de vijf wegen uit op een volkomen wijze. Leven zoals Jezus gedaan heeft, leidt naar Gods Liefde. Dit cruciale inzicht motiveert haar om ook anderen naar God te leiden.

 

9.
Benadrukken visioenen 7 en 8 vooral het gevoel van de minne, in het negende visioen gaat het vooral over het belang van de rede in combinatie met de minne. In de mystieke eenwording speelt ook de rede een wezenlijke rol. Zij verlicht de ziel, maakt haar er van bewust dat de eenheid met God nooit voltooid kan zijn.

 

10.
In het tiende visioen wordt Hadewijch de bruid van Christus. Door haar gerichtheid op de minne en door een leven te leiden in navolging van Christus, heeft zij de volwassenheid in de liefde bereikt. Zij heeft het over een “goddelijk moederschap”: de mens moet God als minne in zijn ziel dragen en de minne uitwendig navolgen zoals Jezus dat heeft gedaan.

11.
Het elfde visioen bevat een reeks van beschouwingen. Hadewijch vertelt hoe twee arenden opgeslokt worden door een feniks. De arenden stellen Augustinus en haarzelf voor. De vogel feniks staat voor de Drie-eenheid. De beschouwingen cirkelen rond de vraag: wat is de relatie, in de mystieke ervaring, tussen de liefde voor mensen en de liefde voor God ?

 

12.
Het twaalfde visioen gaat over de relatie tussen Hadewijch en God, vooral wanneer zij samen één zijn. Hadewijch ziet haarzelf als gelijkwaardige partner van God. Zo gelijkwaardig dat zij de liefdeseenheid met God aankan. Enerzijds gebruikt ze daarbij de beelden van de bruidsmystiek: zij is Gods bruid geworden. Anderzijds maakt zij gebruik van beelden die de verwijzen naar wezensmystiek of dieptemystiek. Dankzij al haar deugden, die uitgebreid aan bod komen, kan zij dichtbij Gods Liefde komen.

 

13.
Het dertiende visioen beschrijft hoe Hadewijch de aanschijn van God mag zien. Het is het hoogtepunt van Hadewijchs’ leven en van haar Visioenen. Weinig mensen mogen dit diepe geluk ervaren. In het oog van zijn aanschijn ziet zij Gods Liefde waaraan zij op dat moment helemaal gelijk geworden is. Zij ziet ook al degenen die Gods Liefde volledig hebben beleefd. Een daarvan, de voornaamste, is Maria. Maria zegt tegen Hadewijch dat zij Gods Liefde volledig heeft ervaren en nodigt Hadewijch uit om de hoogste hemel binnen te komen. Maar Hadewijch stelt haar opname in de hemel uit en blijft op aarde om eerst haar vriendinnen naar de volgroeidheid in de liefde te leiden.

 

14.
Het veertiende visioen is minder visioen en meer reflectie op wat in het visioen wordt waargenomen. Hadewijch heeft ‘nieuwe kracht’ gekregen om niet te blijven steken in de genietingen van de Minne, maar om weer af te dalen naar het gewone leven van alledag. Het is daarmee ook een terugblik op het hele visioenenboek. Ook krijgen we beknopte informatie over andere visioenen van Hadewijch, die zij niet in dit boek heeft opgenomen.

 

Tenslotte, bij de veertien visioenen heeft Hadewijch een lijst toegevoegd: Lijst der Volmaakten. Zij geeft hier een opsomming van de 107 mensen gift bij haar Visioenen een opsomming van 107 mensen die de minne tijdens hun aardse leven op een volmaakte wijze beoefend hebben of zullen beoefenen: eenentwintig personen van vóór haar tijd, acht tijdgenoten die reeds gestorven zijn en de volmaakten die nog in leven zijn.