Het derde visioen gaat verder met de vraag wat minne nu precies is. Een visioen dat ze met Pasen heeft gekregen, geeft nu een antwoord op deze indringende vraag.

 

Tekst (Werkvertaling Adrie Lint)

(1) Later op een paasdag was ik te Communie gegaan. En God ontving mij van binnen in mijn bewustzijn en nam mij op in de geest, en voerde mij voor het Aanschijn van de heilige geest die één wezen vormt met de Vader en de Zoon. Uit het gehele wezen van dat Aanschijn ontving ik alle inzichten en dus zag ik alles wat er voor mij beschikt was.

(Toelichting:)

Voor Hadewijch is het ontvangen van de Communie vaak de aanleiding tot het krijgen van een visioen. Het heilig brood roept het geestelijke op. Het ontvangen van het heilig brood, betekent tegelijk dat God de ontvanger ook ontvangt. Het achtste visioen werkt dit thema verder uit. Het Aanschijn van God zal ook nog later in de visioenen uitgebreid beschreven worden.

(5) En een stem uit dat Aanschijn klonk zo vreselijk hard dat het overal gehoord werd en die sprak tot mij: “Kijk hier, oude getrouwe, die mij geroepen hebt en gezocht naar wat en wie ik liefde ben, al duizenden jaren voor mensen geboren zijn.”

God noemt Hadewijch hier met een koosnaam: “oude, getrouwe”. Het wijst op de verbondenheid tussen de eeuwenoude minne van God en de minne die diep in elke mensenziel brandt. De stem komt uit het Aanschijn, ook wel de heerlijkheid van God genoemd of Gods Gelaat. Bijna geen mens kan het aan om daarin te kijken: zo’n fel licht van minne straalt het Aanschijn uit.

(13) “Kijk en ontvang mijn geest en begrijp alles hoe Ik er minne in ben. En als het jou lukt om je zuiver als mens volledig aan mij te geven langs alle wegen van de volkomen minne, dan zal jij één worden met mij en genieten, zoals ik minne ben. Tot die dag zal je liefhebben wat ik minne ben, maar daarna zal je liefde zíjn zoals ik minne ben. En jij zult niet minder een leven leiden dat minne is, van dan af tot de dood waardoor je levend wordt. Met mij verenigd ontving je mij en heb ik jou ontvangen. Ga en leef wat ik ben. En kom terug en breng mij dan de gehele godheid en wees genietend één met mij. Toen kwam ik weer tot mijzelf en verstond alles wat ik tevoren gezegd had en bleef de zoete geliefde van mijn hart aankijken.