Hadewijch heeft 31 brieven geschreven die verzameld zijn in een manuscript. Over de volgorde valt niets te zeggen. Dus het is heel goed mogelijk om de brieven naar eigen voorkeur te lezen.

Van de meeste brieven is niet bekend aan wie ze precies geschreven zijn. Namen worden niet genoemd. Een groot aantalk van de brieven heeft zij geschreven aan een jongere leerling van haar met wie ze goed bevriend was. Enkele brieven zijn geschreven aan de overste van een vrouwenklooster in Brussel.

De inhoud van de brieven kan het best omschreven worden met “spiritueel advies”  voor haar leerlingen.

Onduidelijk is wie deze collectie van 31 brieven heeft samengesteld.

 

HandschriftBrief10

 

(In de Koninklijke bibliotheek in Den Haag bevind zich het handschrift 70 E 5, de Limburgse sermoenen. Het is anoniem overgeleverd en dateert uit de dertiende eeuw. In het handschrift is de tiende brief van Hadewijch opgenomen. Deze brief begint met de zin: ‘Die Gode mint, hi mint sine werken’.