Zoet-en-Wreedcover1Zoet-en-Wreedcover2

In mei 2010 bracht de Bibliotheek Groningen een strip uit van Sjoerd-Jeroen Mijnander naar aanleiding van Terug naar het begin, Cultureel Festival in Groninger Kerken. Dit stripverhaal, Zoet & Wreed, gaat over de fictieve ontmoeting tussen Hadewijch en Ibn ‘Arabi.

 

Sjoer-Jeroen Mijnander schrijft ter inleiding:
“Hadewijch was een Vlaamse mystica uit de dertiende eeuw. Haar gedich- ten, brieven en visoenen behoren tot het beste literaire werk uit de Eu- ropese middeleeuwen. In een persoonlijke, directe en aangrijpende stijl schrijft ze over haar ervaringen met de liefde, die ‘suete ende wreet’ zijn: zoet en wreed. Zij zingt van een gepassioneerd, maar martelend spel van aantrekken en afstoten, van versmelting met haar geliefde en van smarte- lijk gescheiden zijn. Dat zingen fascineert haar lezers al eeuwenlang, niet in de laatste plaats omdat haar sensuele en soms ronduit erotische proza en poëzie niet gaan over de liefde voor een mens. Zij zingt over haar ver- langen naar de eeuwige ander: God.

 

Ibn ‘Arabi, die ongeveer in dezelfde tijd leefde, is een van de belangrijkste mystici in de geschiedenis van de islam. Hij zocht al even hartstochtelijk als Hadewijch naar God. Ook zijn zoektocht was er een van verlangen, ex- tase en kwelling, waar hij over schreef in visioenen, traktaten en gedich- ten met een sensuele taal vol erotische beeldspraak. En net als Hadewijch bracht zijn passie hem in conflict met velen die geshockeerd waren door zijn persoonlijke en intieme omgang met God als met een geliefde.

 

De christelijke Hadewijch en de islamitische Ibn ‘Arabi lijken niet alleen sterk op elkaar in hun hartstocht en eenzaamheid. Zij komen ook overeen in de zelfverzekerde wijze waarop ze zichzelf neerzetten als ‘volmaakte’ mensen, uitverkorenen, lievelingen van hun God. Daarbij zijn er opmer- kelijke overeenkomsten tussen de beeldtaal die zij in hun visioenen en poëzie gebruiken. Kijk bijvoorbeeld eens naar de twee gedichten die bo- ven dit voorwoord geciteerd zijn: door ze onder elkaar te plaatsen, lijkt het wel alsof deze dichters, uit dezelfde tijd maar verschillende werelden, een dialoog met elkaar aangaan. Een dialoog over het hart van de min- naar, die doet vermoeden dat hun werelden uiteindelijk helemaal niet zo verschillend zijn.

 

In dit boek hebben we vijf gedichten van Hadewijch en vijf gedichten van Ibn ‘Arabi op deze manier naast elkaar gezet. Daarnaast laten we hen daadwerkelijk een dialoog met elkaar aangaan in een strip waarin we hun visioenen met elkaar en met het Hooglied uit de Bijbel vermengen. De gedichten zijn gekozen uit Hadwijchs Liederen en Ibn ‘Arabi’s Vertaling van het verlangen. De strip is gebaseerd op Hadewijchs Visioenen en Ibn ‘Arabi’s Boek over de vlucht van de fabuleuze Griffioen.

 

Het boek bestaat uit vijf delen, die ieder een stadium uit de mystieke queeste verbeelden. Die vijf stadia komen in min of meer vergelijkbare vorm voor in de meeste mystieke tradities. Dat zijn: het stadium van het verlangen, van de reis, van het genot, van de scheiding en van de stilte. Deze stadia zijn ook te vinden in het Hooglied dat door velen gezien wordt als een van de belangrijke bronnen van de mystieke liefdessymboliek.

 

Zoetenwreedp10

(Bekijk en download
het gehele stripboek Zoet-en-Wreed)