Op 1 en 2 oktober 2011 waren in het kerkje van Persingen, bij Nijmegen verschillende doeken van kunstenares Cobi van Hulst te bewonderen, geïnspireerd op versregels van Hadewijch. Zij exposeerde een deel uit de serie ‘Orewoet’.

 

Hulst01Metdiepenhongere(met diepen hongere, met vollen saden)

 

Cobi van Hulst is zowel beeldend als literair opgeleid. Ze studeerde Moderne Nederlandse letterkunde (RUN) en volgde les onder andere aan ArtEZ in Arnhem. Haar werk kenmerkt zich door de literaire bodem, het gedoseerde kleurgebruik en de vrije penseelstreek. Cobi van Hulst schildert koppen, de Hoofdwerken, en handen, de Handdoeken. In de serie Kruisdragers, die gebaseerd is op de veertien staties van de Via Dolorosa, dragen de handen het kruis dat ieder in zijn of haar leven te dragen heeft.

In 2011 maakte zij een serie schilderijen rond Orewoet. Ze verbeelden de ‘orewoet’, het hartstochtelijk verlangen naar de minne.

 

Hulst02DitesmijnZuete amijs(dit es mijn zuete amijs)

 

Hulst03icsaldiwarmen(ic saldi warmen)

 

Hulst04Hakenbeidenmerren(haken, beiden, merren langhe)

 

“Zo zijn ook de beelden waartoe Cobi van Hulst zich door dichtregels van Hadewijch liet inspireren. Cobi deelt de vervoering van Hadewijch. Zij is ook geraakt, geraakt door de gedichten van Hadewijch, maar ook geraakt door haar orewoet. En zoals Hadewijch in de dertiende eeuw, zo is Cobi van Hulst in onze eeuw op zoek gegaan naar beelden die iets van die ervaring kunnen uitdrukken.” (uit de inleiding van Peter Nissen bij de expositie)

 

Hulst05Icwoudeinuwenbrant(ic woude in uwen brant verblaken)

 

Hulst06icroepeicclaghe(ic roepe, ic claghe)

 

Hulst07Aywatsoudemiietlief (ay,wat soude mi iet, lief, dan al ghi?)

 

Hulst08Hetsoversuete(hets oversuete in minne verdolen)

 

“Wat hebben Hadewijch en Cobi van Hulst verder met elkaar gemeen, behalve het feit dat zij allebei werk maken van de verbeeldingskracht? In elk geval dat ze beiden aangeraakt zijn door iets dat hen te boven gaat. Ze zijn geraakt door iets dat te groot is voor woorden. Toch probeerde de mystica Hadewijch woorden te vinden voor die ervaring van innerlijke aanraking, voor die verwarrende vervoering, voor dat meeslepende avontuur. Ja, een avontuur, maar met wat of wie? Hadewijch noemde het minne. Zij is er zo door aangeraakt dat haar zintuigen ervan smelten.” (uit de inleiding van Peter Nissen bij de expositie)

 

Hulst09Sietditeestdaticben (Siet, dit eest dat ic ben)

 

Hulst10Ayicbenaldi(ay, ic ben al di, lief, wes al mi)

 

Hulst11Liefghisijtdieminen(lief, ghi sijt die minen gront mach custen)

 

Orewoet is door Toon Hagen, emeritus hoogleraar dialectkunde, ooit het mooiste woord in de Nederlandse taal genoemd. Het duidt een woeden, een vuur of laaien, aan dat oorspronkelijk is en onherleidbaar tot iets anders, zoals het oerwoud, de oorsprong, de oertijd, de oorzaak en de oermens. Het duidt het woeden aan dat van binnen plaatsvindt als het verlangen naar die alles verterende ervaring van eenwording én de onbereikbaarheid ervan op elkaar botsen.

 

Hulst12Mismeltenminesinne(mi smelten mine sinne
in minnen oerewoede)

 

Hulst13Soedoetbeghertehare(soe doet begherte hare aderen craken)

 

Meer werk van kunstenares Cobi van Hulst kunt u vinden via haar website.
(Met dank dat deze afbeeldingen gebruikt mogen worden voor deze site.)