Amstelstation 7.1.76 / 9.15 uur

 

Je hebt me in de trein
Opnieuw getroffen
Er is geen beeld, er staat een scherm
Van woorden
Dat je aan je oog onttrekt
Hoewel door jou gewekt en twintig jaar
Geschaduwd
Wist je altijd ongezien te blijven
Men mocht niets meer van je weten
Dan je in je brieven schreef
Je schreef:
“Ik ben geschonden
En gebeten
Maar ik leef”.
Jij overheilig wijf
Je bent in alles
Wat ik schrijf aanwezig
Steeds het galgenaas van godgeleerden
Kreeg je soms gestalte,
Nooit een lijf
Veel besproken en toch
Onbeschreven ben je
Slechts als tekstlichaam intact gebleven
Wat strijd om het bestaan was
Werd de kunst van overleven
Nog zijn de tijden guur en wij
Al voor de oerschreeuw aangetast
Nu ik je aanraak met mijn ogen
Zie ik weer
Die glans van donker woordglazuur.

 

Uit: H.C. ten Berge: Nieuwe Gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 1981.